Als je maar gezond bent…

Beste lezer,

Wanneer je een griepje hebt of anderszins even niet zo gezond bent, weet je weer hoe prettig dat is: gezond zijn. Wanneer je iets ernstigs, iets blijvends onder de leden hebt besef je heel goed wat je (voortaan) mist. Wat een genot, wat een zegen is dat: je lekker kunnen voelen in je lijf. En die zegen is bepaald niet vanzelfsprekend.

In 2016 hadden 8,8 miljoen mensen in Nederland één of meer chronische ziekten. Dit komt overeen met 52% van de Nederlandse bevolking. Ruim 90% van de 75-plussers heeft een chronische ziekte. Ongeveer 4,6 miljoen mensen hebben zelfs meer dan één chronische ziekte. Bij 75-plussers zijn dit er bijna 50%. In 2018 kregen 116.537 mensen de diagnose kanker te horen.* In 2019 zal het niet veel anders zijn. (Nee, mijn vrouw Yvonne is dus in ieder geval niet de enige. Een nogal schrale troost…)

Mensen zeggen het makkelijk tegen elkaar, na wat heen en weer gepraat over de actuele moeiten in het leven: ‘Ach, als je maar gezond bent.’ Als christen zeg je dat misschien ook wel gedachteloos, of je beaamt het als een ander het zegt: ‘Precies, dat is het voornaamste.’ Het floept er automatisch uit.

Maar is dat zo? Is dat de waarheid die we van God hebben ontvangen? Als je dat dan niet bent, ‘gezond’, wat dan? Kun je het dan schudden? Stel dat ‘gezond zijn’ de maatstaf is voor gelukkig of, erger nog, geslaagd menselijk leven, wat hebben we dan als christenen eigenlijk te vertellen aan ‘goed nieuws’ voor die dikke 50% van de Nederlanders met een chronische ziekte?

De apostel Paulus zegt in een gedeelte dat gaat over het normale christenleven, zoals God dat voor ons bedoeld heeft: “De Geest [van God] getuigt met onze geest, dat wij ​kinderen​ Gods zijn. Zijn wij nu ​kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van ​Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.” (Romeinen 8:16-18)

Kijk, dát is het voornaamste. Wij zijn kinderen van God. En wij mogen deelhebben aan en uitzien naar de heerlijkheid die Christus voor ons als erfenis verkregen heeft. Oók als er in ons tegenwoordige leven het één en ander aan lijden zit.

Misschien moeten we onszelf soms even leren over hele gewone dingen van het leven, zoals ziekte en gezondheid, wat ‘christelijker’ te gaan denken. Dan worden onze bijna automatische uitspraken of antwoorden daarop (‘Als je maar gezond bent’- ‘Ja dat is het voornaamste!) ook wat beter. Dat kan dan weer mensen aan het denken zetten.

Gezondheid: Ja, heerlijk als je het hebt. En nee, het is niet het voornaamste. Ons goede nieuws is véél duurzamer dan dat, Godzijdank!

Gabriël Jansen,
pastoraal werker

 * Bron: www.volksgezondheidenzorg.info