God noemt je bij je naam

Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’  (Joh. 20:16)

Beste lezer,

Rond Pasen speelt in de Nederlandse bioscopen de film Maria Magdalena. Hopelijk is het een mooie en voldoende Bijbelgetrouwe film, waar mensen veel aan hebben.

Ja, Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan!  Maar zo eenvoudig was dat nog niet te geloven door de eerste volgelingen van destijds. Dat lezen we in al die verhalen over Jezus’ opstanding op de eerste dag van de week.

Een bepaalde stroming onder de joden, de Sadduceeën, geloofden al helemaal niet in leven na de dood. Veel andere joden, waaronder de leerlingen, geloofden wel in een opstanding van alle mensen op de laatste dag, de oordeelsdag van God. Dus aan het einde van de tijd. Maar nú, midden in onze gewone tijd? Nee, dat kon niet.  Niet zo vreemd daarom dat Jezus’ volgelingen zijn woorden over zijn komende opstanding na drie dagen – en dat had Hij meer dan eens aangekondigd – toch niet konden vatten. Het paste niet in hun gelovige kader. Het kon niet, en dus verwachtten ze het niet.

Geen wonder dus ook dat Maria van Magdala, wanneer zij het lege graf ontdekt, alleen verdrietig en verward is. De werkelijkheid die er wel is kan ze niet zien. Twee engelen in witte kleren, aan hoofd- en voeteneind van waar Jezus gelegen had (zoals de twee cherubs boven het verzoendeksel van de ark van het verbond(*1) ), dat is toch hoogst bijzonder? Maar nee, opgesloten in haar eigen onbegrip en verdriet, komt ze niet verder dan tegen hen te zeggen: “Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waarheen…”  En ook de ‘tuinman’ hoort hetzelfde.

Maar dan noemt Jezus haar naam. “Maria!” Hij laat zich kennen, midden in haar ellende. “Ik ken jou en jij kent Mij. Ik heb je lief en jij Mij”. Het Hooglied van bruid en bruidegom is niet verstomd in de dood, integendeel, het zingen begint nu pas écht.

Ook wij kunnen heel erg de draad kwijt zijn. Er niets meer van begrijpen, van dat christelijk geloof, van God, van zijn bestuur, zijn goedheid, zijn plan….  En van ons eigen leven, hoe en waarom het mis ging, hoe het verder moet. We kunnen vastzitten in een mistige, verdrietige verwarring. We kunnen Gód kwijt zijn, naar ons gevoel.

Het indrukwekkendste woord dat Maria ooit heeft gehoord, is haar eigen naam. “Maria!” God kent jou en noemt je bij je naam. Hij is jou niet kwijt. Dat is genoeg, voor leven, lijden, dood, en opstanding.

Gezegend Pasen!

Gabriël Jansen,
pastoraal werker

(*1) lees meer over de cherubs en het verzoendeksel)