Tagarchief: kerkelijk jaar

Mensen waar God van houdt

Vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.  (Lucas 2:14)

Beste lezer,

In de afgelopen kersttijd hebben we waarschijnlijk die bekende woorden van het engelenkoor boven de velden van Bethlehem wel weer gehoord. In het lied Ere zij God en in de oude Statenbijbel staat het er zo: ‘Vrede​ op aarde, in de mensen een welbehagen.’ De Willibrordbijbel legt het iets meer uit: ‘Vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.’ Andere moderne vertalingen proberen meestal het woord welbehagen wat begrijpelijker te maken. Onze nieuwe vertaling (NBV) zegt dus: ‘…voor alle mensen die hij liefheeft.’ De Groot Nieuws Bijbel zegt: … voor de mensen die hem lief zijn.”

Mooi, duidelijk. Maar we blijven nog wel met een belangrijke vraag zitten: Wélke mensen heeft God dan lief? In welke mensen heeft Hij welbehagen? En zijn er dan soms ook mensen waar hij géén behagen in heeft? Hoe zit dat?

In het Grieks vinden we in deze tekst het woord eudokia: welbehagen, genoegen, vreugde, genegenheid, verlangen. Dat woord vinden we ook in de Griekse vertaling van het Oude Testament die de joden in de eerste eeuw gebruikten, bijvoorbeeld in een belangrijke profetie van Jesaja. Na alle moeiten en straf die het volk Israël heeft meegemaakt, spreekt de Heer daar van herstel, gerechtigheid en van de grote liefde en vreugde die Hij voor zijn volk voelt, en van een Redder die komt!

“Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen (eudokia, een andere vertaling zegt: Mijn welbehagen) en je land Mijn bruid. Want de HEER verlangt (eudokia) naar jou … en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen.” (Jes 62:4)

Wat de engelen laten weten aan de herders in de nacht verwijst naar deze profetie. De vervulling is begonnen! Gods verlangen (welbehagen)  breekt baan, de tijd van herstel, vrede en vreugde is gekomen! Maar – en daar profeteerde Jesaja ook al over – Gods verlangen beperkt zich niet tot zijn volk vanouds, maar wordt zichtbaar én bereikbaar voor alle mensen.

Maar hoe zit het dan met al die dingen van ons waar God echt níet van houdt? Daar geven de evangelieverhalen van kort naar Kerst ook antwoord op. Wanneer Jezus gedoopt wordt in de Jordaan, lezen we dat de hemel open gaat en Gods stem klinkt: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde (eudokia).’ (Luc 3:22). Anders gezegd: Jij bent mijn ware Israëliet, de ware mens zoals Ik hem graag zie. Zó heb ik het bedoeld! Ik geniet van jou!

Mensen waar God van geniet, waar Hij van houdt, zijn dus de mensen die zich verbinden aan Jezus, omdat Jezus zich helemaal verbonden heeft aan God. Zij vertrouwen zich aan Hem toe voor nu en altijd, zij willen Hem volgen en zoveel mogelijk op Hem gaan lijken, zij vormen hun leven naar zijn beeld, door zijn Geest. Omdat Jezus is en leeft waar God van houdt.

Dát leven gunt God iedereen. Het is zijn wil en verlangen ons zó te zien. (Ef. 1:5: ook daar: eudokia!)

Gabriël Jansen,
pastoraal werker

Een feestdag voor onze onbegrijpelijke nabije God

De ​genade​ van de ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus, de ​liefde​ van God en de eenheid met de ​heilige​ Geest​ zij met u allen. ( 2 Kor. 13:13)

Beste lezer,

De zondag na Pinksteren heet in veel ‘oude’ kerken zondag Trinitatis. Dan wordt een belangrijk element van ons geloof gevierd en aandacht gegeven, namelijk ons kennen van God als Heilige Drie-eenheid. Het is niet vreemd dat hiervoor juist deze zondag is gekozen. Met Pinksteren, wanneer wij de uitstorting van de Heilige Geest op de gelovigen gedenken, is de verkondiging van ons heil voltooid. De belofte van de Vader, dat is zijn Geest (Joel 2) die ook Jezus had beloofd te zenden wanneer Hij bij de Vader was opgenomen in heerlijkheid (Joh 16:7), is gekomen. Een goed moment in het jaar dus om Jezus, Vader en Geest gezamenlijk te eren en aanbidden. Maar ook een goed moment om weer eens na te denken ‘hoe het zit’ met dat drie-en-één.

In het evangelie, en eigenlijk de hele Bijbel, wordt steeds weer gesproken over God als Vader, Jezus als zoon, en de Heilige Geest van God. Maar het heeft de Kerk wel een paar eeuwen gekost om een beetje kort en bondig te formuleren hoe deze drie bij elkaar horen, hoe zij zich verhouden tot elkaar. Alle drie goddelijk, daar was de Schrift duidelijk over, maar we geloven toch in één God, en niet in drie? Dus hoe moet je dat begrijpen? Het was de Noord-Afrikaanse christen Tertullianus die rond het jaar 200 het woord drie-eenheid (trinitas) bedacht. Eén God in drie personen. Mooi gevonden, maar echt begrijpen doen we daardoor nog weinig. Want wat is dan zo’n persoon?

Het woord persona betekende in die tijd niet individu, zoals wij het nu gebruiken, maar eerder gezicht of masker. In ieder geval heeft het niets met meergodendom te maken. In de oudheid rondom Israel, bij de Grieken en Romeinen, bij de Germanen in onze regio en bij veel andere volken stelde men zich een heel pantheon voor, een groep goden waar van alles omging, liefde en seks, geweld en oorlog, goedheid en bedrog, haat en nijd. Er was totaal geen eenheid, geen ‘één-in-wezen’ zijn. Er was juist strijd en tegengestelde belangen op de godenberg. Weinig anders dan een theater van het ons bekende menselijk gekonkel.

Begrijpen hoe God in zichzelf ‘in elkaar’ zit, dat kunnen we helemaal niet en dat hoeft ook niet. Maar we hebben het getuigenis van onze ervaring en van de Heilige Schrift en die bevestigen elkaar.

God doet zich aan ons kennen als eeuwige, machtige schepper van alles, die ons zijn levensadem inblies. Een echte Vader, naar wie alle vaderschap op aarde genoemd is (Ef 3:14). Wij aardse vaders laten van vaderschap slechts gebrekkig iets zien (en soms zelfs dát niet eens…), maar Hij is de echte, volkomen trouwe, liefhebbende vader, die altijd het beste voor jou wil. In ons gebed mogen wij Hem zó ontmoeten.

Wij kennen Hem in de persoon van Jezus, volkomen mens met ons. Zo zien we dat God geen afstand houdt tot ons leven en lijden, maar er helemaal gelijk aan wil worden (Fil 2:6-8). Hij is onze oudste broer die voor ons opkomt. Hij draagt wat wij niet konden dragen, overwint ons afgekeerd zijn van de Vader door als mens de volmaakte liefdesband met zijn Vader te bewaren tot het uiterste. Zo overwint Hij zonde, schuld en dood, neemt ons als zijn broeders en zusters mee in zijn overwinning en laat ons daarin delen. Zo is Hij het zichtbare beeld van de onzichtbare God, die liefde is (Kol 1:15).

En wij hebben de belofte van de Vader en van Jezus ontvangen: De Geest die God in ons hart brengt, waardoor ons hart verandert, waardoor wij tot echt leven herboren worden (Joh 3). De Geest die onderwijst, troost en helpt, die vrij en blij maakt ondanks alles, die gaven geeft om van te leven, die ons op Jezus wijst, die de Vader en de Zoon verheerlijkt (Joh 14-16). Het is de Geest die waarmaakt wat Jezus heeft beloofd: En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. (Mat 28:20). Want het is de Geest van Jezus en zijn Vader zelf. Eén God.

Begrijpen is onmogelijk, ontvangen in geloof en daaruit leven is geweldig!

Gabriël Jansen
pastoraal werker

(Afbeelding: een deel van de ‘Icoon van de Drievuldigheid’ van Andrei Rubljev, die zich hiervoor liet inspireren door het verhaal van de drie mannen die Abraham bezoeken.)

De cirkel is weer rond, of niet?

“Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van deze wereld.” (Mat. 28:20)

Beste lezer,

Op Eeuwigheidszondag, dit jaar op 26 november, brandt in onze kerk de Paaskaars. Het is een symbool van Jezus Christus, die, in heerlijkheid verrezen op de vroege Paasmorgen, het Licht van de wereld is. Tegen Maria en Martha, die treuren om hun gestorven broer, zegt Hij: “Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft.” Want in Jezus is voor ons het ware, eeuwige leven, verbonden met God.

We noemen deze zondag de namen van de mensen uit ons midden die dit afgelopen jaar stierven. Richard Boerma, Tine Finnema, Henk Visser en Marijke Croes. We hebben ook meegeleefd met Mia Antonides, die haar zoon Bram verloor. Enkelen van hen kregen een heel lang leven en waren inmiddels hun gezondheid of helderheid van geest kwijt. Jawel, ik kan me goed voorstellen dat hun leven ‘voltooid’ voelde, alhoewel het niet aan een mens is om dat te bepalen. Een ander, Bram, werd midden uit het leven en uit zijn nog jonge gezin weggenomen. En Marijke? Zeventig jaar is best een mooie leeftijd, maar tegenwoordig ook nog best wel jong… het had van haar nog wel langer mogen zijn.

We noemen hun namen in het besef dat zij door Christus mogen leven in het licht bij God. Daarom ontsteken wij voor ieder van hen een kaars aan het licht van die Paaskaars. Het is “maar een symbool”, maar zulke symbolen raken vaak op een directere manier ons hart dan woorden alleen.

Eeuwigheidszondag is de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De zondag erna begint de Advent. Meteen na het gedenken van onze overleden broeders en zusters kijken we weer vooruit naar … een geboorte.

 Is de cirkel nu dan weer rond? Leven wij in cirkels? Soms lijkt je leven wel eens zo. Het gevoel dat je op een rotonde rijdt, maar eigenlijk geen meter opschiet. En natuurlijk, de natuur kent zijn seizoenen, na winter komt weer lente. Maar het idee dat dat alles is, dat  het leven zich alleen maar herhaalt, een onophoudelijke opeenvolging van groei en verval, geboorte en dood, van generaties die elkaar eindeloos opvolgen, met z’n allen in grote cirkels om de zon… dat is een heidens beeld en geen Bijbels beeld van de werkelijkheid.

Nee, er is wel ritme en orde in de schepping en in ons leven, maar we zijn niet gevangen in een kosmische draaimolen. We hebben eens het leven ontvangen door Gods genade, door zijn wil, we mogen in Hem groeien, en we zijn ergens naar op weg.

Jezus, de opstanding en het leven, zegt ook tegen ons: “Ik ben de Alfa en de Omega”. Hij die was en is en komen zal. De oorsprong en het doel van alles. Het begin en het einde. Daartussen wil Hij met ons meegaan, alle dagen van ons leven ( Mat. 28:20). Nee, we leven niet in zinloze cirkels, We zijn op weg naar Hem.

Heerlijk toch om deze Feestmaand zijn komst weer te gedenken, en te weten dat Hij komen zal!

Hartelijke groet,

Gabriël Jansen,
pastoraal werker