Tagarchief: nieuwjaar

Tabula rasa

Een onbeschreven blad… een nieuwe start..

Het nieuwe jaar is begonnen: u ontvangt dit maandblad op 1 januari van 2017.
Dat betekent dat we een gevoel van nieuwheid over ons hebben: we kunnen weer nieuwe dingen oppakken dit jaar. God geeft het ons. Hoe gaan we het invullen?

Het doet me denken aan de term die ik boven het stukje heb gezet; een term uit de psychologie. Kinderen komen als “tabula rasa” ter wereld. Zo kunnen we dat zien tenminste. Natuurlijk zijn er ook de overtuigingen dat het kind “in zonde ontvangen en geboren wordt”

In mijn werk had ik daar een gesprek over met een collega: we verschilden van mening. Zonde was iets waar we “in deze tijd” niet meer aan doen, zei hij. Het argument “niet meer van deze tijd” vind ik meestal niet zo sterk. Dat vraagt om specificeren. Ik beargumenteerde dat we in een zondige staat verkeren ten opzichte van God en daarom verlossing van Jezus nodig hebben. De enige die wel als “tabula rasa” ter wereld kwam. Ik gaf hem tenminste iets om over na te denken.

Voor ons als gezamenlijk optrekkende gemeenten, is ook voelbaar dat wij allen zijn gevormd door onze opvoeding, het verleden, de maatschappij, ons werk, de kerk waartoe wij behoorden: we zijn geen onbeschreven bladen meer. Er zijn al heel wat regels op de wassen tafel van onze ziel geschreven.

De bijbel spreekt er ook over in het mooie boek Spreuken, waar het gaat over liefde en trouw. De vader in deze tekst wenst zijn zoon toe dat liefde en trouw hem niet zullen verlaten. Het is een wijze waarschuwing, want kan dus: dat ze je wel verlaten.!

Voor ons een mooie aansporing om het nieuwe jaar mee te beginnen: als we al dingen achter ons gaan laten, laat het dan de liefde en de trouw niet zijn. Daarmee kunnen we genegenheid en goedkeuring verwerven bij God en mensen.

Ik wens u veel heil en zegen voor 2017.

Dat liefde en trouw u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen (Spreuken 3:3-4)

Mirjam Pronk